1000 extra jongerenwerkers

Deze maand werden de uitkomsten van een onderzoek, verricht door Noorda & CO in opdracht van de MOgroep, gepresenteerd. Ik heb Noorda zeer hoog zitten, maar vind de conclusies die nu getrokken worden zeer teleurstellend. Deze uitkomst geeft precies de kern weer waarom het imago van het jongerenwerk er de afgelopen jaren niet beter op is geworden.

Onze sector heeft er namelijk een handje van om zich vooral in de slachtofferrol te manoeuvreren en niet te kijken naar wat we zelf beter kunnen, nee moeten, doen. Wat we doen is vooral klagen over (mogelijke) bezuinigingen op onze sector en vragen om meer jongerenwerkers. Ik ben ervan overtuigd dat als de sector zijn meerwaarde tijdens de afgelopen jaren voldoende zou hebben bewezen, de bezuinigingen minder fors zouden uitvallen. Mijn stellige overtuiging is dat er voor goede ideeën en projecten altijd geld te vinden is.

De belangrijkste conclusie uit het rapport is dat er 1000 extra jongerenwerkers bij moeten komen. De afgelopen jaren hebben bewezen dat het effect van het aantrekken van veel extra jongerenwerkers  minimaal is. Er zou meer gekeken moeten worden naar kwaliteit in plaats van kwantiteit. Vacatures zijn nauwelijks op te vullen en in de meeste gevallen wordt er dan iemand met een MBO-SCW diploma aangenomen. Iedereen in de welzijnssector weet dat de waarde van dat diploma dramatisch is gedevalueerd. Die jongerenwerkers hebben ook kwaliteiten, maar het gaat over een categorie professionals die zeer goed ondersteund en gestuurd moet worden. Die moet je niet in het diepe gooien en daar moet de organisatie op ingericht zijn.

Ik zou dus meer investeren in goede begeleiding en coaching door ervaren jongerenwerkers en een betere opleiding. Zorg dat het voor senior jongerenwerkers interessant genoeg blijft om in de uitvoering jong talent te begeleiden, en voorkom dat de ervaren mensen (te) snel doorstromen naar coördinerende of management functies.

Daarnaast zou ik, voordat we een blik met 1000 jongerenwerkers opentrekken, eerst kijken of we de middelen die we hebben op de juiste manier inzetten. Werken de jongerenwerkers die we nu hebben bijvoorbeeld op de tijden dat jongeren vrij zijn? Toen ik een paar jaar geleden als manager bij een welzijnsorganisatie begon, kwam ik erachter dat sommige jongerenwerkers 50 procent van de tijd direct met jeugd bezig waren. Eén zelfs maar 20 procent. Wanneer iemand met een fulltime contract maar 2 avonden werkt, is het bijna vanzelfsprekend dat hij of zij te weinig direct met jongeren aan het werk is.

In de kritiek van de MOgroep-voorzitter dat het jeugd- en jongerenwerk vooral ingezet wordt om brandjes te blussen en overlastbestrijding, kan ik me niet vinden. Want ook dat hoort bij het werk en door dat goed te doen kunnen we het draagvlak in de samenleving voor het jongerenwerk vergroten. Het gaat om kansen die we moeten aangrijpen. Hier kunnen we onze meerwaarde aantonen. Ik begrijp dat, zoals ook in het rapport staat, jongerenwerkers liever bezig willen zijn met het ontwikkelen van talenten. Dat is een belangrijk onderdeel van het werk, maar schijnbaar hebben we op dat gebied nog niet voldoende kunnen aantonen wat de meerwaarde is van ons werk. Hier ligt een mooie uitdaging voor 2010.

William Miero (1964) houdt zich bezig met advisering, projectontwikkeling en uitvoering op het gebied van Jeugd & Jongerenwerk, Jeugd & Veiligheid en Leefbaarheid. In 1993 is hij als jongerenwerker in Oss begonnen en momenteel actief als zelfstandige met name in de Randstad en midden Nederland. Jeugd is zijn passie en onder het motto ‘vrijheid binnen grenzen, voor jongeren en jongerenwerkers’ is hij voortdurend met collega’s en partners op zoek naar mogelijkheden om jongeren een plek te geven in de samenleving.

logo_zorg_welzijn-125-x-125