Een outbreak management team voor het jongerenwerk

Een van de lichtpuntjes tijdens de huidige crisis vind ik het depolitiseren. Adviezen van de experts worden door onze regering opgevolgd. Dit voorbeeld zouden we in welzijnsland bij een eventuele volgende crisis kunnen volgen.

Na het uitbreken van COVID-19 is er een nieuwe situatie ontstaan die vraagt om innovatieve ideeën en effectieve aanpakken. Landelijk zag ik een tsunami aan initiatieven, foto’s en video’s die op de verschillende socialmedia-kanalen werden gedumpt. Ik zag heel mooie dingen gebeuren, zoals de versnelde ontwikkeling van het online werken, het platform Keda Kas van Gilberto Morishaw en de mooie werkvormen van You!nG. Ik zag ook missers, zoals balsporten  waarbij verschillende mensen dezelfde bal vasthielden zonder handschoenen aan. Of de tientallen waarschuwingsvideo’s waarin volwassenen jongeren verzoeken thuis te blijven – video’s waar amper jongeren in voorkomen. Wie de jeugdcultuur kent, weet dat dit soort video’s weinig effect zullen hebben. Het liet een beetje de creatieve armoede binnen onze sector zien. Ook moesten we na een onderzoek van een dertigtal challenges concluderen dat deze in veel gevallen niet of nauwelijks aanslaan. Ze worden niet gemonitord of geëvalueerd, net als de meeste activiteiten. Het lijkt er soms op of we maar wat doen. Schieten met hagel.

Wat opvalt is dat er weinig ruimte is voor (opbouwende) kritiek. Alles dat we doen dat met Corona te maken heeft wordt ontvangen met een ‘WAUW’ en ‘TOP’. Kritiek lijkt not done, want iedereen werkt toch zo hard en bedoelt het goed.

Dat activiteiten niet aanslaan, kan verschillende oorzaken hebben. De meest voorkomende is dat activiteiten helaas nog steeds worden bedacht door professionals zonder dat daarbij genoeg jongeren worden betrokken. Een tweede oorzaak kan zijn dat professionals geen aansluiting vinden bij platforms die door jongeren worden bezocht of gerund. Je kan zelf een Instagramaccount openen omdat veel jongeren een account hebben, maar als ze je niet weten te vinden houdt het op. Een derde oorzaak is dat we het graag allemaal zelf doen. De professional kijkt hooguit naar wat mensen die hij goed kent uit dezelfde sector. Je krijgt daardoor een incestueus aanbod.

Welzijn is een conservatieve sector waarbij alle organisaties toch vooral willen laten zien dat het bij hen allemaal heel goed geregeld is. De organisatiebelangen zijn groot. In de politiek zijn het de verkiezingen die keuzes kunnen bepalen, in welzijnsland zijn het de volgende aanbestedingen, al zal niemand dat hardop zeggen. Helaas worden er niet altijd de juiste keuzes gemaakt voor de mensen waar we het allemaal voor doen als het winnen van verkiezingen of aanbestedingen leidend is.

Eigenlijk zou er in een crisis als deze net zo’n specialistengroep gevormd moeten worden als ons kabinet heeft gedaan. Een groep bestaande uit een vooraanstaand psycholoog en pedagoog, het beste creatieve communicatiebureau, een jongerenvertegenwoordiging, een ervaren jongerenwerker, een paar influencers en de beste video- en muziekproducenten die er te vinden zijn. Die groep komt tot een innovatief en (vermoedelijk) effectief programma gebaseerd op resultaten uit wetenschappelijk onderzoek en ervaringen direct van jongeren en niet op basis van de gedachte ‘wij doen dit werk al zo lang, dus wij weten wat het beste is voor de jeugd’. Dit landelijke aanbod kan lokaal op maat worden gesneden, maar de specialisten bepalen. Wij volgen hun adviezen over hoe, wat en wanneer we het beste de verschillende beschikbare middelen in kunnen gaan zetten en hoe er gemonitord wordt. Op die manier kunnen wij het belangrijke werk dat we doen met en voor de jeugd nog beter uitvoeren dan nu al het geval is.