Interview over meer wijkagenten in Twitterstijl

Afgelopen week werd ik gebeld door BNR radio, NPO 1, met de vraag of ik als deskundige op de radio wilde reageren op de stelling dat het nodig is dat er meer wijkagenten fysiek aanwezig zijn in de wijken. Ik vond het prima en zo zat ik een half uur later in de uitzending.

De interviewster stelde wat vragen en ik had het idee dat ik minder ruimte had om een antwoord te geven dan in een post op Twitter met 140 leestekens.

Maar goed, ik heb het belang van de aanwezigheid van een wijkagent op straat uitgelegd. Een agent die veel in de wijk loopt kent zijn pappenheimers en de netwerken. Hij/zij ziet en voelt wanneer er iets niet goed gaat of dreigt te gaan en kan op tijd maatregelen nemen.

Voor het jongerenwerk is de wijkagent een onmisbare partner. Een goede wijkagent kan jongeren adviseren en doorverwijzen en als het moet grenzen stellen.  Soms wordt door de wijkagent aan ons gevraagd met een jongere te gaan praten en te kijken of wij wat voor die persoon kunnen betekenen.

Bij het werken met groepen jongeren maken jongerenwerker, gemeente en wijkagent samen een plan van aanpak. Ieder vanuit zijn eigen rol. Daarbij wordt in eerste instantie altijd geprobeerd door middel van preventieve interventies problemen te voorkomen of te reduceren. Mocht het een keer uit de hand lopen, dan zijn jongerenwerkers en agenten over het algemeen snel in staat te deëscaleren.

In Hoogvliet waar we momenteel actief zijn, vind ik de samenwerking perfect lopen. Natuurlijk is tijd schaars en moeten we daar effectief en efficiënt mee omgaan, maar we slagen daar tot nu toe goed in. De goede informatiepositie die gemeente, politie en het jongerenwerk daar hebben, is een kritieke succesfactor.

Ook als medewerker van de afdeling Veiligheid en Openbare Orde in verschillende steden heb ik ervaren dat bij de aanpak van jeugdproblematiek de rol van de wijkagent van onschatbare waarde was. Was de wijkagent een aantal dagen afwezig, dan liep de aanpak vertraging op. Nou vond ik zelf af en toe wel dat men iets te veel op het bordje van de politie probeerde te leggen.

Terug naar het interview. Na de eerste vragen aan mij werd luisteraars de gelegenheid geboden te reageren.  Daarna kwam de interviewster bij me terug en zat ik weer in de uitzending. Ze zei wat over terrorisme en vroeg me of ik voorbeelden kon noemen van activiteiten die deradicaliserend hadden gewerkt, waarop ik antwoordde dat ik niet kon zeggen in hoeverre onze inzet daar een bijdrage aan had geleverd. ‘Ja maar, u gaf net aan dat de aanpak van radicalisering de hoogste prioriteit heeft’, zei de interviewster. ‘Heb ik dat gezegd?’, vroeg ik.  ‘Ja, dat heeft u net gezegd’. Ik ontkende en even was ze de kluts kwijt. ‘Maar je kan toch wel aangeven waarom meer wijkagenten belangrijk zijn’, zei ze op een ongemakkelijke toon. Maar met die vraag was ze het interview al begonnen. Nogmaals gaf ik het eerder gegeven antwoord. Vervolgens, en dat vond ik dapper van haar, zei ze tijdens de uitzending dat ze inderdaad even abuis was en ik niet degene was die had gezegd dat de aanpak van radicalisering prioriteit had.

Ze sloot af met de vraag of ik het dan ook belangrijk vond dat er meer jongerenwerkers zouden worden aangesteld. Een grotere open deur kon ik niet bedenken. Ik zei dan ook volmondig ja, maar dacht tegelijkertijd dat dat ook geldt voor het aantal jeugdhulpverleners, professionals in de ouderenzorg, verplegers, straatvegers, professionele brandweermannen, etc.

Om op deradicalisering terug te komen, denk ik eerlijk gezeg niet dat het jongerenwerk daar een grote rol in kan spelen. Jongeren die geradicaliseerd zijn, zijn bijna niet meer te bereiken of te veranderen door het jongerenwerk. De inzet van voldoende en goed opgeleide wijkagenten en jongerenwerkers kan wel een belangrijke rol spelen in het voorkomen van radicalisering. Radicalisering in het geloof, in de criminaliteit, als supporter, etc.

Dit was mijn derde interview voor NPO 1 en op dit moment vraag ik me af of ik dit soort interviews nog moet willen geven. Ik kan pitchen, maar antwoorden geven in Twitterstijl tijdens een real live gesprek, is niet echt mijn ding. Ik kruip nu weer lekker achter mijn laptop, log in op Twitter en ga aan de slag. En als ik dan niet genoeg heb aan 140 lettertekens, plaats ik er gewoon nog een Tweet achteraan.