Jongerenwerk en radicalisering: op zoek naar balans

Ik heb een tijdje zitten wikken en wegen of ik überhaupt wel iets over radicalisering zou schrijven, want eigenlijk lijkt het bijna taboe om daarover je mening te ventileren. Dus mijn verwondering heb ik weloverwogen aan het papier toevertrouwd.

Wat er nu gebeurt in het jongerenwerk lijkt een herhaling van zetten. Na 9/11 zag ik hetzelfde gebeuren. Er worden debatten en dialogen georganiseerd. Er wordt extra inzet gepleegd om jongeren die radicaliseren in beeld te brengen. Bijeenkomsten over het thema radicalisering worden door het hele land georganiseerd.

Laat ik voorop stellen dat ik het voorkomen en het aanpakken van radicalisering ook een hoge urgentie vind hebben. Zelf heb ik me er in verschillende hoedanigheden mee bezig gehouden en nog ben ik er scherp op. Wat me echter opvalt, is dat elke jongerenwerker in Nederland, of hij nu in Amsterdam, Tytsjerksteradiel of Schin op Geul woont, zich er in verdiept. Overal worden initiatieven bedacht om het kwaad aan te pakken.

De grote vraag die ik mezelf stel, is of de balans wellicht een beetje zoek is her en der. Onderliggende vragen zijn:
-       hoeveel kans is er dat er in het gebied waar een jongerenwerker actief is een jongere radicaliseert?
-       hoeveel kans is er dat een jongerenwerker werkelijk ziet dat een jongere radicaliseert? Een jongere die zich verdiept in de Koran, zijn baard laat groeien en een djellaba draagt, wordt soms al als verdacht gezien en nauwlettend in de gaten gehouden. Jongeren die echt geradicaliseerd zijn, zijn vaak niet meer te bereiken door jongerenwerkers. Ook jongeren die geradicaliseerd zijn in de criminaliteit niet.
-       hoeveel kans is er dat jongeren die sympathie hebben voor jihadisten dat  tijdens een dialoog durven zeggen. Ik heb na 9/11 meegemaakt dat jongeren vooral sociaal wenselijke antwoorden gaven, terwijl ik ze eerder feestvierend op een plein had horen schreeuwen. Verschrikkelijk. Hoe erg ik het ook vind, ik had liever gehad dat ze hun mening wel hadden gedeeld. Ook al wist ik dat wat ik had aanschouwd op het plein bij een groot deel van die jongens kuddegedrag was. Maar tegelijkertijd hadden ze ook een ‘gevaarlijke’ leeftijd waarop ze makkelijk te beïnvloeden waren.
-       waarom houden jongerenwerkers zich verhoudingsgewijs zoveel bezig met radicalisering en wordt er bijna niks gedaan rondom het thema verkeersveiligheid? Elk jaar komen er tussen de 90 tot 100 jongeren om in het verkeer. Dat zijn 100 gezinnen die een vreselijke tijd moeten doormaken. En jaarlijks komen zo’n 30.000 jongeren in de leeftijd van 15-24 jaar terecht op de SEH-afdeling van een ziekenhuis en worden er rond de 5.000 opgenomen in een ziekenhuis na een ongeval. Dan heb ik het nog niet gehad over de gewonden en de slachtoffers die jongeren door onverantwoord verkeersgedrag maken onder volwassenen. Ik snap dat het gevoel van onveiligheid bij radicalisering een grote impact heeft, maar dat er ongeveer 2 jongeren per week in het verkeer omkomen, kunnen we als jongerenwerkers niet negeren.

Alles is belangrijk en het liefst zou ik willen dat er onbeperkte middelen waren om radicalisering, huiselijk geweld, verkeersonveiligheid, schooluitval, pesten, alcohol- en drugsgebruik en wapenbezit onder jongeren aan te pakken. Maar de middelen die we hebben zijn helaas beperkt, dus we moeten weloverwogen bepalen waar we onze schaarse middelen inzetten. We moeten op zoek naar een juiste mix en een goede balans.