Marketing in het jongerenwerk

Vorige week stond in de Telegraaf dat TON kritiek heeft op het feit dat in Tilburg uitstapjes naar de Efteling en voetbaltoernooien met subsidiegelden zijn bekostigd. Los van het feit of ik het daar wel of niet mee eens ben, geeft het wel aan dat wij ons moeten beseffen dat ‘de opinie’ verandert en wij daar rekening mee moeten houden. Ik zie dat er veel goede dingen gebeuren, maar dat die niet altijd goed ‘verkocht’ worden. Ik zie ook projecten die niet te verkopen zijn. Kortom, het ontbreekt aan een goede marketing.

De afgelopen jaren hebben verschillende jongerenprojecten de pers gehaald. Een aantal jaar terug is er ophef ontstaan over jongeren uit de Afrikaanderwijk die vlinders gingen bekijken in Marokko. Eerder gingen 16 jongeren uit Amsterdam naar Marokko om via sportactiviteiten kennis te maken met ontwikkelingswerk. Zeer recent heeft het geplande reisje van een groep jongeren uit de Amsterdamse wijk de Baarsjes de landelijke pers gehaald. Door alle weerstand is de reis uiteindelijk niet doorgegaan.

Ik heb zelf ervaren dat uitwisselingen, crossovers, veel kunnen opleveren. Door jongeren uit hun vertrouwde omgeving te halen vallen vanzelfsprekendheden weg en zullen ze een beroep moeten doen op andere vaardigheden of die moeten ontwikkelen. Jongeren zullen buiten het gebruikelijk denkpatroon treden en zijn daardoor in staat andere keuzes te maken. Dat klink leuk, maar het zegt weinig en het verkoopt niet.

Wij kunnen het allemaal geweldig vinden wat we doen, maar zonder draagvlak vanuit de samenleving gaan we het niet redden. De kunst is om resultaten zo SMART mogelijk te formuleren. Ik besef dat het soms lastig is, omdat effecten vaak pas op langere termijn zichtbaar zullen zijn en gedragsbeïnvloeding en het vergroten van kansen niet alleen afhankelijk is van de inzet van het jongerenwerk.

Behalve dat het doel en resultaten helder moeten zijn, moet je ook rekening houden met tijd en omstandigheden. Het beeld dat ontstond bij de voorgenomen reis naar New York was, dat er veel geld uitgegeven werd aan jeugd die voorheen voor overlast had gezorgd. Dat is altijd moeilijk te verkopen en helemaal in een tijd van crisis waarin veel mensen moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Als het resultaat van zo’n project zou zijn dat 12 jongeren daar een baan aan zouden overhouden en ze vervolgens een deel van de kosten terug zouden betalen, zou het al wat minder weerstand oproepen. Daarnaast ben ik van mening dat soortgelijk projecten ook dichter bij huis kunnen worden uitgevoerd.

Draagvlak vanuit de samenleving is essentieel. Ik heb niemand horen klagen over de ‘Road to Copenhagen’ waarin een groep jongeren op elektrische scooters naar een klimaatconferentie in Kopenhagen is gereden om te laten zien dat het cool is om duurzaam te zijn. Natuurlijk scheelt dat er een grote commerciële sponsor achter dit project zat, maar misschien is dat wel de manier waarop wij onze projecten vaker zouden moeten financieren. Ik denk dat het goed is om meer aandacht te besteden aan marketing en de verschillende P’s toe te passen op het jongerenwerk.

William Miero (1964) houdt zich bezig met advisering, projectontwikkeling en uitvoering op het gebied van Jeugd & Jongerenwerk, Jeugd & Veiligheid en Leefbaarheid. In 1993 is hij als jongerenwerker in Oss begonnen en momenteel actief als zelfstandige met name in de Randstad en midden Nederland. Jeugd is zijn passie en onder het motto ‘vrijheid binnen grenzen, voor jongeren en jongerenwerkers’ is hij voortdurend met collega’s en partners op zoek naar mogelijkheden om jongeren een plek te geven in de samenleving.