Terug naar de basis

Er wordt in verschillende plaatsen fors bezuinigd op het jongerenwerk. Neem Amsterdam bijvoorbeeld. Ik kan niets anders zeggen dan dat onze sector zich de afgelopen jaren niet goed genoeg heeft weten te profileren. In de magere jaren werd er nog gezegd dat kritiek onterecht was vanwege de krappe budgetten, maar ook tijdens de vette jaren zijn wij er niet in geslaagd de juiste kwaliteitsslag te maken.

Ik las deze week nog een artikel uit 2005 van oud stadsmarinier Gerard Spierings die aangaf dat het welzijnswerk faalde en de HBO-opleidingen ‘vrij licht’ waren. Ondanks de goedbedoelde pogingen, is er daarna in mijn beleving weinig veranderd. De ene na de andere nieuwe methodiek wordt gepresenteerd. Mooie boekjes, conferenties en folders worden gebruikt om de nieuwe producten in de markt te zetten. De praktijk is meestal weerbarstiger en dan blijken verwachtingen niet te kunnen worden waargemaakt.

In plaats van nieuwe methodieken en projecten met trendy namen te bedenken, zou ik willen adviseren eerst de basis van het jongerenwerk goed te leren beheersen. De basis van het ambulant jongerenwerk is door Veenbaas en Noorda al 20 jaar geleden beschreven. Contact leggen, contacten onderhouden, doorverwijzen, etc. Het verschil met 20 jaar geleden is dat de moderne jongerenwerker meer rekening dient te houden met verschillende belangen, informatie moet delen met partners, resultaatgericht werkt en duidelijk is naar de jongeren toe. Niet pappen en nathouden.

Het klinkt allemaal simpel, maar de mensen die de basis goed beheersen zijn schaars. Neem als voorbeeld het rapporteren. Rapportages van ambulant jongerenwerkers houden vaak niet meer in dan een beschrijving van hetgeen men in grote lijnen heeft gezien. ‘Ik heb 20 jongeren gezien, 16 jongens en 4 meiden, die in de speeltuin hingen’. Regelmatig bevatten de rapportages weinig bruikbare info, het blijft te oppervlakkig. Om meer te weten te komen, is een intensiever contact nodig en dat kan spannend zijn.

Jongerenwerkers zouden meer moeten nadenken over wat hun inzet voor bijdrage levert aan het voorkomen of oplossen van een probleem.Hetzelfde geldt voor het accommodatiegebonden jongerenwerk. Als jongerenwerkers simpele zaken zoals strak programmeren en uitvoeren, bevorderen van participatie en balanceren tussen afstand en nabijheid (Marcel Spiertz) in de vingers hebben, zijn we al een heel eind op de goede weg.

Ook hier lijkt niet genoeg te worden nagedacht over wat de activiteit bijdraagt aan het voorkomen of reduceren van een probleem. Soms vergroten activiteiten problemen zelfs. Het kan bijvoorbeeld goed klinken dat er 40 jongeren naar een inloop komen, maar belangrijker is wat er tijdens een inloop gebeurt. Het is de taak van het management dit goed te monitoren en te ondersteunen/sturen waar nodig is.

Dan toch nog een lichtpuntje. Ik heb onlangs kennisgemaakt met twee jongerenwerkers in opleiding. Talenten. Ze waren communicatief sterk en resultaatgericht, hadden diepgang en eigenlijk het belangrijkse: ze hadden passie voor het werk. Geweldig om die jonge mannen te horen praten over hun werk. We hebben echter veel meer van deze talenten nodig om de vele en complexe vraagstukken waar we mee te maken hebben aan te kunnen pakken.

William Miero (1964) houdt zich bezig met advisering, projectontwikkeling en uitvoering op het gebied van Jeugd & Jongerenwerk, Jeugd & Veiligheid en Leefbaarheid. In 1993 is hij als jongerenwerker in Oss begonnen en momenteel actief als zelfstandige met name in de Randstad en midden Nederland. Jeugd is zijn passie en onder het motto ‘vrijheid binnen grenzen, voor jongeren en jongerenwerkers’ is hij voortdurend met collega’s en partners op zoek naar mogelijkheden om jongeren een plek te geven in de samenleving.

logo_zorg_welzijn-125-x-125