Verkeerde focus jongerenwerk

Je hoeft niet gestudeerd te hebben om te weten dat hoe vroeger je begint  kinderen iets aan te leren, hoe groter de kans is dat ze het uiteindelijk beheersen. Zo is dat ook in het jeugd- en jongerenwerk het geval. Al jaren ben ik er voorstander van om meer te investeren in kinderen en tieners. Het blijft vreemd te zien dat we geld blijven pompen in zwaar overlastgevende groepen, soms met criminele elementen, terwijl een ieder weet die als professional daar een bijdrage aan probeert te leveren, dat het water naar de zee dragen is. Tonnen worden geïnvesteerd in jongeren waarvan we weten dat die door preventieve projecten niet meer te redden zijn. Soms lukt het in een enkel geval wel om iemand aan een baantje te helpen of naar school te krijgen. Maar de kosten wegen niet op tegen de baten. Het argument om het wel te doen, is dat niets doen geen optie is. En daarnaast is het lastig te verkopen aan de burger die dagelijks veel last heeft van die categorie jeugd. Die wil graag horen dat jongeren mee kunnen doen aan activiteiten en in een buurthuis terecht kunnen. Maar ondertussen, terwijl we met de oude gasten aan de slag zijn, komt er weer nieuwe jonge aanwas bij. Jonge kinderen en tieners die bij voldoende aandacht van professionals en ouders niet zo ver zouden hoeven afglijden.

Feit is dat het kinderwerk in veel steden helaas is geminimaliseerd of helemaal verdwenen. Kinderwerk werd gezien als lekker knutselen op een vrije woensdagmiddag. Maar het kinderwerk had, mits goed uitgevoerd, een belangrijke functie. Kinderwerkers hadden naast een vormende, ook een belangrijke signalerende functie. Kinderwerkers hebben als het goed is ook contact met de ouders. Ouders zijn weer onmisbaar bij het voorkomen en reduceren van de jeugdproblematiek waar we mee te maken hebben.

Ik heb al eerder geschreven dat jongerenwerkers eigenlijk jeugdwerkers zouden moeten worden. Naast jongeren, zouden ook kinderen tot de doelgroep moeten gaan behoren. Nu lopen ambulant jongerenwerkers op straat en letten op de jongeren. Op afwijkend gedrag van kinderen wordt niet of nauwelijks gelet. En als er afwijkend gedrag wordt geconstateerd, wordt het niet gemeld omdat ze niet tot de doelgroep behoren. Jongerenwerkers zouden getraind moeten worden op het signaleren van afwijkend gedrag bij jonge kinderen in de buitenruimte.

Wat ik ook nog steeds mis in Nederand, zijn de anti-gangprogramma’s. In Amerika zijn ze wat verder en wordt daar op basis- en middelbare scholen veel in geïnvesteerd. Maar daar zijn we hier schijnbaar nog niet klaar voor. Het hardop zeggen van de term ‘gang’ is sowieso taboe, terwijl ze er wel degelijk zijn. Je ziet op sommige pleintjes hoe geraffineerd kinderen die nog op de basisschool zitten, worden verleid door middel van snoep, drinken en eten, om deel uit te gaan maken van de groep. We staan erbij en kijken ernaar.

Het beeld dat ik heb van het effect van onze inzet heb ik geprobeerd in een lijndiagram weer te geven. Het is dus niet een diagram gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Het is een grove schets van hoe het volgens mij in elkaar zit. Een schets om de discussie aan te wakkeren.Ik ben er vanuit gegaan dat we op 50% van de 8- jarigen nog invloed hebben. Misschien zit ik er naast, maar het is wel een punt waar wat mij betreft onderzoek naar gedaan zou moeten worden. Ik zou onderzocht willen hebben hoeveel geld er in welke leeftijdscategorie wordt gestoken en wat het uiteindelijk oplevert. Het zou wellicht kunnen helpen de schaarse middelen die we hebben om aan jeugd te besteden effectiever in te zetten.